MEDISCHE PRAKTIJK MON DESIR
 

Column Spiegelbeeld

Richard Hoofs
Huisarts, Coach & Acupuncturist
Auteur van Zelfgenezing op doktersrecept

En Cirkel van Leven

Ter inleiding

Tijdens ons leven maken we allemaal momenten en situaties mee waarin wij een intense overgang doormaken. Een overgangssituatie zoals bijvoorbeeld ontstaat bij het sterven van een dierbare of bij het doormaken van een ernstige ziekte, maar ook bij de geboorte van een kind. Het zijn intense overgangssituaties die sterk doorwerken in ons leven. Een overgangssituatie kan gepaard gaan met zware moeilijkheden en diepe dalen, maar er kan uiteindelijk ook een ervaring door ontstaan van verrijking en verdieping van het leven.  
De verhalen in mijn column gaan over deze ons allemaal bekende overgangssituaties. Het zijn ontroerende verhalen uit mijn huisartspraktijk van mensen die in hun leven te maken krijgen met een aangrijpende  overgangssituatie. Hoe onwaarschijnlijk de verhalen  ook kunnen overkomen, ze zijn gebaseerd op ware gebeurtenissen en ervaringen tijdens mijn werk als huisarts.
Uit redenen van privacy en respect zijn alle namen, locaties, uiterlijke kenmerken en omstandigheden van de verhalen in  mijn boek aangepast. De verhalen bevatten daarnaast enkele aanvullingen. Iedere gelijkenis met welke persoon of plaats dan ook, kan hierdoor alleen op toeval berusten en niet op de werkelijkheid. Mijn eigen ervaringen, bespiegelingen en alle achtergrondinformatie berusten volledig op de realiteit

1: Dromen vertellen de waarheid

Je waande jezelf rechtstreeks in Indonesië als je bij de familie de Leeuw binnenkwam. De wajang – poppen, de geur en vooral de rustige, serene sfeer droegen daartoe bij. Ze kenden elkaar al van kleins af aan. Hij zoon van een Indonesische moeder en een KNIL - officier, zij dochter van een Chinees – Indonesische moeder en een Friese vader. Op Java woonden ze tegenover elkaar in dezelfde straat. Na de oorlog waren ze elkaar wonderlijk genoeg in Nederland weer tegengekomen en met elkaar getrouwd.

Ik kende ze als een vriendelijk en tevreden stel. Na zijn carrière bij de Koninklijke Marine, hij schopte het daar uiteindelijk tot Luitenant ter klasse, hadden ze het goed samen. Ze reisden de hele wereld af en genoten van hun kinderen en kleinkinderen.
Maar toen werd mijnheer de Leeuw ziek. Kanker aan de alvleesklier. Binnen een half jaar was het voorbij. Mevrouw de Leeuw bleef alleen achter in hun Indonesische huisje. Na verloop van tijd vond ze het beter daar maar weg te gaan en naar een gelijkvloers appartement te verhuizen. Ze dacht dat dit beter was met het oog op de toekomst.
Maar het alleen zijn in haar nieuwe huisje viel haar zwaar. Sinds haar verhuizing kwam ze dan ook steeds vaker op mijn spreekuur. Hoofdpijn, maagpijn, rugpijn, vergeetachtigheid, slecht slapen, futloosheid, afvallen, eczeem…. Ze had van alles en nog wat. Onze gezamenlijke diagnose voor alle klachten was uiteindelijk: ‘Zielpijn’.
En hiervoor bestaan geen pillen.

Op een dag kwam mevrouw de Leeuw weer eens bij me, vol verdriet. ‘Dokter, ik heb over mijn man gedroomd. Maar het was vreselijk. Ik wilde naar hem toelopen en hem weer eens stevig vastpakken. Maar hij stuurde mij de hele tijd weg. Hoe kan dat nou….?’Tranen stroomden over haar gezicht en ze keek mij aan met ogen vol wanhoop. Van de eens zo trotse mooie vrouw uit Bandung was niet veel meer over dan een hoopje ellende. Ik leefde met haar mee en zag de droom voor me. ‘Maar waar stuurt hij U eigenlijk naar toe?’. Verbaasd keek ze me aan en stopte met huilen.‘Dat is een goede vraag. Waar wil hij dan dat ik heen ga als ik niet bij hem kan zijn?’
We kregen beiden tegelijkertijd een glimlach op ons gezicht.‘Hij wil niet dat ik aan hem ga hangen’, zei ze tenslotte. ‘Hij stuurt me terug. Terug naar het leven’.
Hierna was het lange tijd stil. ‘Dank U wel’, zei ze terwijl ze opstond. ‘Dat helpt!’
Na afloop vroeg ik mij af wat er nu eigenlijk gebeurd was. Het gemoed van Mevrouw de Leeuw was veranderd van wanhoop naar hoop. Het enige dat er voor nodig was om open te staan voor de tekens. De tekens van de ziel die via onze dromen tot ons kunnen komen en ons helpen. Tekens van hoop en steun waarin we ons bewust kunnen worden van onze verbondenheid. Van onze verbondenheid met elkaar. Van onze verbondenheid met het geheel.

2: Wedergeboorte

Yvette en Marc kwamen bij mij met hun pasgeboren dochtertje Sofie. Het was hun eerste kind en ze was in het ziekenhuis geboren.
De kinderarts had haar na haar geboorte onderzocht en ze was helemaal gezond. Het was echter wel een zware bevalling geweest. Na de bevalling had Yvette een forse nabloeding gekregen en was het allemaal maar net goed gegaan.
Maar ze kwamen nu voor Sofie. Ze had een witte uitslag in haar mond. 'Kon dit misschien spruw zijn?'. Een kort onderzoek van Sofie 's mond toonde direct aan dat dit inderdaad het geval was. Ik schreef een recept voor een antischimmelmiddel, gaf enige uitleg en vertelde dat het hiermee snel zou overgaan.
Sofie had het hele onderzoek geen krimp gegeven en keurig geslapen. Ter afsluiting wilde ik de trotse ouders dan ook graag nog eens feliciteren en complimenteren met hun geweldige dochter. ‘Ze ziet er heel tevreden uit. Wat een geweldig mooi kind. Mijn complimenten en nogmaals van harte gefeliciteerd met jullie lieve dochtertje .

‘Dank je wel, we zijn er ook erg blij mee', antwoordde Yvette. 'Maar we hebben er hard voor moeten werken. Want die bevalling was een ramp'. 'Ik heb het gelezen’, zei ik. ‘Vreselijk die nabloeding. Gelukkig dat alles goed is gegaan’.

‘Nou ja het scheelde niets hoor. De bevalling was een groot drama. Ik ben van voor naar achter ingescheurd. En net toen alles weer keurig gehecht was, werd ik niet goed. Het was heel vreemd. Eindelijk waren we met elkaar alleen, toen ik mijzelf opeens voelde wegzakken. Het leek wel of er een stop werd uitgetrokken. Ik zei nog tegen Marc; Het lijkt wel of ik dood ga. Ga snel hulp halen’.

‘Ja’, zei Marc hierop met een bleek gezicht en zachte stem, ‘toen ik de dekens opzij schoof lag ze helemaal in het bloed. Net of ze van onderen was leeggelopen. Ik heb als een gek gerend en geschreeuwd. Ze had een nabloeding, maar goed dat wist je al. Ze zijn wel direct gekomen en hebben van alles gedaan. Uiteindelijk waren er wel 3-4 zakken bloed nodig. We hebben vreselijk veel geluk gehad’.

Er viel even een korte stilte waarin Yvette mij recht aankeek met een serieus gezicht. Ze leek te overdenken of ze nog iets meer wilde vertellen. ‘Maar weet je wat zo gek was dokter? Toen ik wegzakte en alles zwart werd, kreeg ik een heel aparte ervaring. Ik ben broodnuchter en zweverige toestanden zijn helemaal niets voor mij. Maar op een gegeven moment zag ik echt een enorm wit licht voor me. Ik ging er naar toe en kwam vervolgens in een soort van tunnel terecht. En aan het eind van die tunnel ontmoette ik mijn lieve oma weer. Ze lachte naar mij en het was heel fijn. En daarna kwam mijn hele leven aan mij voorbij. Alsof ik naar een film over mijzelf keek. Wat ik al zei, dit soort dingen zijn eigenlijk niets voor mij. Maar het gebeurde wel’.
 
Ze keek me weer recht aan. Nu met een verlegen glimlach om haar lippen. Alsof ze zich wilde verontschuldigen.‘Ik weet wel dat de meeste dokters het niet geloven. Dat deed ik ook niet. Maar ja, het is toch waar. Het is mij gewoon overkomen. Niet dat ik daar nu zelf voor gekozen heb of zo’.
De spontane ontboezeming over alle intieme ervaringen bij haar bevalling gaven het consult een bijzondere wending. Haar openheid ontroerde mij. ‘Wat een intense ervaring Yvette. Eerst een kind op aarde zetten en vervolgens bijna dood gaan. Ongelooflijk.
Wat betekende het voor je?’.‘Tja, ik weet het niet. Ik geloofde nooit zo in die dingen. Het is soms wel moeilijk hoe je er nu mee om moet gaan’. Ze staarde naar Sofie en even was het weer stil. Na een tijdje vroeg ik; ‘Heeft het je leven veranderd?’.

Het is allemaal nog erg vers. Maar het leven voelt heel anders. Op een bepaalde manier ben ik zelf ook een beetje opnieuw geboren. Ik heb meer rust genomen en tijd voor elkaar. Tijd voor dingen die ik echt belangrijk vind in het leven. Ik kan meer van alles genieten. Ik geloof niet dat mijn leven nog ooit hetzelfde wordt. Het kwam allemaal zo onverwachts. En het was ook zo veel.’
 
Ik vertelde dat ik drie keer eerder van een patiënt een verhaal over een bijna dood ervaring gehoord had. Persoonlijke en intieme verhalen over een intense en bijzonder mooie ervaring. De verhalen lijken allemaal op elkaar, maar zijn toch ook allemaal verschillend. Het betekende voor alle mensen een verdieping voor hun leven. Het had hun angst voor de dood weggenomen.
Het was een heel ander gesprek geworden dan ik vooraf had verwacht. Maar het had veel gebracht. Het had de kans gegeven spontaan een heel wezenlijk pure levenservaring met elkaar te delen. Een diepe ervaring op de grens van leven en dood.
Yvette had niet alleen een nieuw leven op aarde gezet, ze had zelf ook een bijna dood ervaring gehad. Het had haar leven dusdanig veranderd dat het nooit meer hetzelfde zou worden. Niet alleen door Sofie, ook door haar eigen wedergeboorte.

3: Een beschermd gevoel

Willem zijn vrouw was nu zo’n 3 jaar geleden overleden. Nog steeds had hij het er moeilijk mee. Hij bezocht mijn spreekuur dan ook vaak met klachten van eenzaamheid, somberheid en slecht slapen. Maar die dag was het anders.
Hij zag er opgetogen uit en sprak met duidelijke, krachtige stem.‘Dokter, heeft U geen andere pillen voor mijn bloeddruk? Die pillen die ik nu heb zijn namelijk slecht voor mijn longen. Dat heeft mijn vrouw mij zelf verteld. En volgens mij klopt het. Want ik moet steeds meer pufjes met medicijnen gebruiken voor mijn astma’.
Ik fronste mijn wenkbrauwen. Wat bedoelde Willem precies? Zijn vrouw had hem iets vertelt over zijn medicatie? Op het moment dat ik hem er iets meer over wilde vragen plaatste hij ineens een potje met pillen op mijn bureau. Het was Metoprolol. Een middel tegen hoge bloeddruk dat inderdaad problemen kan veroorzaken van kortademigheid bij mensen met astma. Het was voorgeschreven door de cardioloog. Blijkbaar was deze niet op de hoogte van Willem zijn astma.

‘Tja, deze pillen zijn inderdaad niet goed voor uw longen. Dus U heeft volkomen gelijk. Die moeten we vervangen. Maar U zegt dat uw vrouw U dat verteld heeft? Uw vrouw is toch 3 jaar geleden overleden?’

Willem schraapte zijn keel. ‘Ik zal het uw uitleggen dokter. Het is ook wat ongewoon. De beste vriendin van mijn vrouw is een medium of zoiets. Zij vertelt nog af en toe contact te hebben met mijn vrouw. Ik geloofde haar eerst ook niet, maar de dingen die ze vertelt... Het is allemaal wel erg nauwkeurig en persoonlijk. Deze vriendin, Christien heet ze, vertelde mij dat mijn vrouw er op stond dat ik naar U toe ging. Ik moest absoluut om andere pillen vragen. Dus als het niet te veel moeite is? Zou ik dan andere pillen kunnen krijgen?’
 
Nu was het mijn beurt om mijn keel te schrapen.‘ Tja, zo'n zorgzaam en goed verzoek, nota bene van uw vrouw, kan ik natuurlijk niet weigeren. Dus laten we dat maar eens doen’. Even later verliet Willem met een recept voor nieuwe medicatie voldaan mijn spreekkamer. Allerlei verschillende artsen en computers hadden niet kunnen voorkomen dat hij de verkeerde medicatie kreeg. Daarvoor was de zorg nodig van zijn vrouw. Een zorg die verder reikte dan de ‘normale’ grenzen.

4: Onverwachts bezoek

Mevrouw Visser was een krasse tachtigjarige dame die onze praktijk slechts sporadisch bezocht. Ze was vitaal en zag er altijd verzorgd uit. Jaren geleden was zij door het werk van haar man naar Den Helder gekomen. Ook na diens overlijden was ze er gebleven. In het Zuiden is er niets meer voor mij. Iedereen is dood. Nee, ik blijf hier. Hier ken ik het ten minste’.

Een week geleden was ik bij haar op huisbezoek geweest. Ze was gevallen over de deurmat en zag bont en blauw. Nader onderzoek had aangetoond dat zij niets gebroken had. Ik had haar een sterke pijnstiller voorgeschreven en het advies gegeven toch vooral een beetje in beweging te blijven. Maar nu belde ze weer. Of ik alsjeblieft snel langs wilde komen. Ze voelde zich zo vreemd. Ze zag rare dingen en had gekke gedachten. Bij haar aangekomen stak ze meteen van wal.
‘Ik weet niet wat het is dokter, maar ik heb van die vreemde gedachten. Zou dat van die pillen komen?’
Ik had haar een vrij onschuldige aspirine gegeven en het leek mij sterk dat ze daar zo van in de war kon raken. Medicijnen kunnen de meest vreemde bijwerkingen hebben. Dat is waar. Maar bij deze medicijnen zie ik dat niet vaak.
Vertelt U eens mevrouw Visser, wat zijn dat voor vreemde gedachten?’
‘Nou U weet dat mijn man Bert 5 jaar geleden is overleden. Vlak na zijn dood had ik vaak het gevoel dat hij er nog was. Maar dat is na verloop van tijd minder geworden. Want dat kan natuurlijk niet. Hij is er immers niet meer. Maar nu, sinds die val en die pillen van U, zie ik hem hier soms op de bank zitten. Met mijn eigen ogen. Dat gaat toch niet dokter?’.
Ze keek mij aan met grote, wijd opengesperde ogen. Ik merkte dat ze bang was. Heel bang. ‘Wordt U daar bang van?’, vroeg ik maar direct. Ja natuurlijk, dat kan toch niet. Dood is dood, zeg ik altijd. Ik wordt toch niet gek dokter?’ Ze kwam op mij heel adequaat over. Behalve haar verhaal was er niets vreemds aan haar te ontdekken.
‘U komt op mij volkomen normaal over. Bang misschien, maar niet gek. Stop voor de zekerheid toch maar met die pillen. Dan zijn we daar vanaf. Maar ziet U behalve uw man nog andere dingen? Ze kneep haar ogen iets toe en antwoordde licht geïrriteerd; ’Nee natuurlijk niet dokter. Ik ben niet raar of zo. U kent mij toch. Nee het is steeds onze Bert die ik zie. Hoe moet dat nou? Soms zie ik hem zo maar ineens op de bank zitten. Ik wou dat hij eens weg ging?’.
Ik vond het een bijzonder verhaal maar vond mevrouw verder niet psychotisch of zo. Voor de zekerheid vatte ik alles nog maar eens samen. Dan wist ik zeker dat ik niets over het hoofd zag. ‘Mevrouw Visser, als ik U goed begrijp dan ziet U sinds uw val uw overleden man Bert soms op de bank zitten. U ziet hem met uw ogen. En zijn er voor de rest geen rare dingen’. ‘Dat klopt’, antwoordde ze bevestigend. U doet alles hetzelfde als altijd. U verzorgt zichzelf goed en doet geen gevaarlijke dingen. U laat bijvoorbeeld niet het gas aanstaan of zo? Ze keek me aan en schudde haar hoofd. ‘Nee, natuurlijk niet dokter’. ‘Nou, dan valt het allemaal wel mee. Zou het misschien kunnen dat jullie elkaar gewoon heel erg missen? Laten we het maar eens afwachten’.
Haar gezicht ontspande zich voor het eerst een beetje. Ze leek enigszins gerustgesteld. Toen ik haar een hand gaf ter afscheid, kwam er ineens nog iets bij mij op. ‘Vraag hem maar eens wat hij eigenlijk komt doen. En als het echt niet bevalt, dan stuurt U hem toch weg?’. Voor het eerst kwam er een glimlach op haar gezicht. ‘Die dokter’, antwoordde ze.
Na een week kwam ze weer bij me op controle. Ze vertelde dat alles veel beter ging. Ze kon zich weer beter bewegen en had nauwelijks pijn meer. Maar toen ik vroeg naar haar ontmoetingen met Bert kreeg ze een glimlach rond haar mond. ‘Dat gaat ook beter’. En vervolgens viel het stil. Ze hield ze haar lippen stijf op elkaar. ‘Maar vertelt U eens, mevrouw Visser. Wat gaat er dan precies beter?’.Nou hij komt veel minder. En als ik het niet wil, dan gaat hij weg. Wel een beetje apart hoor dokter. Maar goed. Het hoort erbij, zal ik maar zeggen’.

Bij het verlaten van de kamer zag ik dat ze toch nog steeds moeilijk liep. Maar wel op een andere manier dan voorheen. Rechtop en met lichte tred. Met een zekere balans. Een innerlijke balans die ontstaat als verdriet gevoeld en geleefd kan worden en zo zijn plek kan krijgen. Een innerlijke balans ook, die kan ontstaan als angst wordt overwonnen en plaats kan maken voor vrijheid.

5: Vlinders van herinnering

Hardlopen was zijn lust en leven. Het was zijn uitlaatklep, zoals hij zelf zei. ‘Die tijd is voor mij alleen. Dan hoef ik geen vader te zijn of te werken. Ik laadt mezelf ermee op.’
Martijn vond het heerlijk om af te zien en tot de grens te gaan van zijn lichamelijke vermogen. Maar soms ging hij hierbij net iets te ver. En dan zag ik hem weer eens op mijn spreekuur. De ene keer met een spierscheur, de andere keer met een peesontsteking. Maar deze keer was anders. Met gespannen kaken zat Martijn voor me. Hij keek strak voor zich uit. Zijn ogen stonden kil en afstandelijk. Of ik soms slaappillen voor hem had. Want hij lag de hele nacht wakker. Zijn vader was plotseling overleden. Totaal onverwachts. Twee dagen geleden was hij begraven. En op de begrafenis had zijn broer afschuwelijke dingen over hem gezegd.

‘Wat hij heeft gedaan is onvergeeflijk. Hoe kan hij? Waar haalt hij het recht vandaan. Mijn vader verdient dat niet. Hij was een goed mens’.
 Hij vertelde dat zijn vader 15 jaar geleden weg was gegaan bij zijn moeder. Zijn broer had dit nooit kunnen verwerken. Ze hadden elkaar al jaren niet meer gesproken en nu, tijdens de begrafenis was het volledig uit de hand gelopen. Hij was echt vreselijk boos. Hij had zijn broer na de begrafenis nog gebeld en de huid vol gescholden. Maar het had hem niet opgelucht. Hij kwam maar niet tot rust. Het bleef maar malen in zijn hoofd. Zijn lieve vader was pijn gedaan. Pijn gedaan bij zijn afscheid. Tijdens het hele gesprek liet hij geen enkele traan. Hij hoefde verder ook geen hulp, zou er alleen wel uitkomen. Als hij eerst maar eens goed sliep.
 
Na een maand kwam Martijn bij me terug. Het ging nog steeds niet goed met hem. Ondanks alle pillen sliep hij nog steeds niet. En tot overmaat van ramp kon hij niet meer hardlopen. Tijdens een marathon had hij doorgelopen ondanks een enorme pijn in zijn bovenbeen. Met rust ging het wel iets beter maar hardlopen lukte niet meer. Eigenlijk lukte überhaupt niets meer. Hij was totaal op.
Zijn vrouw en zoon kenden hem zo helemaal niet. Hij was altijd de stuwende kracht geweest in het gezin. Hij was diegene die alles oploste en die bemiddelde bij problemen. Maar nu kon hij zelf nauwelijks meer met hen praten. Op de een of andere manier zat hij helemaal vast.
Zijn vrouw vond dan ook dat hij maar eens naar een psycholoog moest gaan. ‘Misschien is dat wel een goed idee’, zei hij. ‘Dan kan alles er eens uitkomen. Maar misschien kunt U ook even naar mijn bovenbeen kijken. Misschien is er wel een spier kapot?’
Ik onderzocht zijn bovenbeen en hij bleek inderdaad een spier gescheurd te hebben. Rust was dus aangewezen. Rust voor lichaam en ziel. De tijd nemen om weer op zijn eigen benen te kunnen staan. Een intens en lang gesprek volgde.
Hij vertelde dat hij zijn vader zo erg miste dat het fysiek pijn deed. En toen hij eenmaal begon te huilen, kon hij nauwelijks meer stoppen. Eindelijk kon hij zijn immense verdriet en pijn naar buiten laten komen. Zijn emoties waren hevig en doordringend, maar het gesprek gaf mij toch een warm en dankbaar gevoel. De tranen spoelden schoon.

Ik verwees hem uiteindelijk naar een psycholoog en gaf medicatie om tot rust te komen. Hij zou na een paar weken nog eens terug komen en vertellen hoe het ging.
Vanaf die tijd kwam Martijn vaker op mijn spreekuur. Het praten bij de psycholoog hielp hem wel. Het was fijn om met een neutraal iemand om de week een uur te kunnen praten over zijn diepe gemis. Maar het was niet genoeg. Lichamelijk bleef hij voortdurend klachten houden. Dan weer had hij een peesontsteking, dan weer een flinke griep. Het ging wel beter, vertelde hij. Hij was weer aan het werk en de sfeer in haar gezin was ook weer goed. Maar in zijn ogen bleef het kil. Hij zou het zijn broer nooit kunnen vergeven. Al zou hij het willen.
 
Na een half jaar kwam hij weer eens langs. Maar nu met een andere uitstraling. Zijn spieren stonden minder strak en zijn blik was milder geworden. ‘Wat is er gebeurd”, vroeg ik. ‘Je ziet er goed uit’.
‘Nou, we hebben een heerlijke vakantie gehad’ vertelde hij. We zijn naar Frankrijk geweest. Heerlijk. Ik weet niet of het de zon was, of de zee, maar het heeft mij heel goed gedaan. Ik voel mij een stuk rustiger. ‘Dat is te zien. Heb je daar misschien iets speciaals mee gemaakt?’‘Nou nee, niet echt’. ‘Wel voelde ik mij daar voor het eerst weer verbonden met mijn vader. Had ik soms het gevoel dat hij bij mij was’.
Terwijl hij sprak, begon hij al meer te stralen.
Het was fijn om te zien dat het beter met hem ging. 'Had je dat gevoel op bijzondere momenten, of de gehele tijd?’, ‘Nou ja, het klinkt misschien wel raar, maar er waren daar van die grote witte vlinders. Een paar dagen lang kwam er steeds een vlinder bij mij. Dat gaf zo’n diep gevoel van koestering. Net of mijn vader bij mij was. Ja en als je dat zo voelt, dan weet je ook dat hij vrede heeft. Mijn broer kan zeggen wat hij wil, daar doet hij alleen zichzelf maar pijn mee. Mijn vader houdt nog steeds van hem’.
De warme ontmoetingen met de vlinder hadden Martijn enorm geholpen in deze moeilijke periode in zijn leven. Hij had zijn hart weer geopend en de kilte uit zijn ogen laten verdwijnen.

6: Tijd om te vertrekken

In het lokale verzorgingstehuis bracht ik een bezoek aan mevrouw Peters. Zij had haar voet gestoten en een lelijke wond aan haar teen. Na de wond verzorgd te hebben gaf ik het advies om twee maal daags een voetenbadje te nemen in Biotex-groen. Tot mijn verbazing zei mevrouw Peters dat dit toch echt niet mogelijk was.‘We gaan maar 1 keer in de week in bad, dokter. Er zijn te weinig zusters. Bezuinigingen, weet U’.

Voor de zekerheid overlegde ik met haar verzorgster. Deze verzekerde me dat de badjes gedaan zouden worden als ik dat wilde. Ze hadden het inderdaad wel erg druk gehad. Maar dit moest kunnen.
Het moet toch niet veel gekker worden’, mompelde ik in mezelf terwijl ik naar buiten liep. ‘Heb je een heel leven achter je, van alles meegemaakt, moet je blij zijn als je een keer per week in bad kunt’.

Normaal gesproken liep ik met veel haast weer naar buiten. De haastige tred diende vooral als afweer tegen allerlei belastende vragen. Maar die dag liep ik langzaam en stopte hier en daar voor een gesprek. Het voorval met mevrouw Peters had me behoorlijk geraakt. Wat gingen wij armoedig om met onze ouderen. Hoe vreemd in een land met zoveel luxe en comfort.
 
Het was warm die dag. Buiten kwam ik mevrouw Samuels tegen. Een vitale oude dame van 83. Zij zat op haar gemak op een bankje en genoot van de heerlijke zomerzon. ‘Dag dokter, fijn dat we elkaar vandaag ontmoeten. Mag ik U iets vragen? Het lijkt mij een goed idee om mijn zoon en dochter vandaag bij mij langs te laten komen. Zou U dat kunnen regelen? Ik heb namelijk het gevoel dat ik vandaag ga overlijden’.
 
Ik viel letterlijk en figuurlijk stil. ‘ Sorry, wat zegt U? Overlijden? Hoe komt U daarbij? Heeft U soms ergens last van?’ Ze schudde heftig met haar hoofd van niet. ‘Nee dokter, ik heb nergens last van’.
‘Maar hoe komt U er dan bij dat U gaat overlijden?’ Ik ging naast haar op het bankje zitten en keek haar onderzoekend aan. Ze keek mij recht in mijn ogen en sprak op rustige toon. ‘Het is tijd om te vertrekken dokter. Ik voel het!’

Na nog wat heen en weer gepraat te hebben, vond ik geen enkel aanknopingspunt dat er op duidde dat ze inderdaad zou overlijden. Toch leek het mij wel beter haar familie even te informeren over ons merkwaardige gesprek. En dat bleek achteraf maar goed ook. Want diezelfde avond overleed ze. In alle rust. Alsof het zo had moeten zijn.
Mevrouw Samuels had het goed gevoeld. Het was tijd om te vertrekken. Verder naar het onbekende.